Welke zaken hier horen
De competentie van de kantonrechter is bij wet geregeld en niet vrij te kiezen. Alle arbeidszaken horen er, ongeacht het belang: een ontbindingsverzoek van een werkgever, een verzoek tot vernietiging van een ontslag op staande voet, een loonvordering of een geschil over een concurrentiebeding. Hetzelfde geldt voor alle huurzaken.
Daarnaast gaan consumentenkoop, consumentenkrediet, agentuur, bewind, curatele en mentorschap naar de kantonrechter. Voor overige vorderingen geldt de grens van 25.000 euro. Boven die grens is de rechtbank bevoegd en geldt verplichte procesvertegenwoordiging.
Dagvaarding of verzoekschrift
Geldvorderingen en ontruimingen beginnen met een dagvaarding, betekend door een deurwaarder, met een concrete zittingsdatum. Arbeidsrechtelijke ontbindingen en vernietigingen, en zaken over bewind of curatele, beginnen met een verzoekschrift dat bij de griffie wordt ingediend.
Dat onderscheid bepaalt het tempo. Bij een verzoekschriftprocedure in het arbeidsrecht volgt de zitting doorgaans binnen enkele weken tot maanden. Bij een dagvaardingsprocedure met schriftelijke rondes duurt het langer.
De zitting
De kantonrechter behandelt de zaak mondeling. Partijen krijgen ruimte om hun standpunt toe te lichten, de rechter stelt vragen en onderzoekt vrijwel altijd of een regeling mogelijk is. Wordt er geschikt, dan wordt dat vastgelegd in een proces-verbaal dat executoriale kracht heeft.
Komt er geen regeling, dan volgt vonnis of beschikking, meestal binnen vier weken na de zitting. De rechter kan ook een tussenuitspraak doen met een bewijsopdracht, waarna getuigen worden gehoord.
Veelgestelde vragen
Is een advocaat nodig bij de kantonrechter?
Nee, procesvertegenwoordiging is niet verplicht. Partijen mogen zelf procederen of zich laten bijstaan door een gemachtigde. Bij arbeidszaken met korte vervaltermijnen en bij ontruimingen wegen de procesrechtelijke keuzes wel zwaar.
Wat kost een procedure bij de kantonrechter?
Er is griffierecht verschuldigd, in tarieven die afhangen van de hoogte van de vordering en van de vraag of de indiener een particulier of een rechtspersoon is. Wie verliest, wordt doorgaans veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij, berekend volgens een vast puntenstelsel.
Staat er altijd hoger beroep open?
Bij vorderingen tot 1.750 euro niet: die zaken zijn in beginsel in hoogste feitelijke instantie beslist. Daarboven kan binnen drie maanden na het vonnis hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof; bij beschikkingen geldt dezelfde termijn.