Begrippen
Begrippenlijst
Termen die terugkomen in stukken van de rechtbank en van een advocaat, kort uitgelegd.
- Akte
- Een ondertekend stuk dat is bestemd om als bewijs te dienen. Een onderhandse akte heeft tussen partijen dwingende bewijskracht; tegenbewijs blijft toegestaan.
- Appelgrens
- De ondergrens waaronder geen hoger beroep openstaat. Bij vorderingen tot 1.750 euro is de uitspraak in beginsel definitief.
- Bestuurlijke lus
- De mogelijkheid voor de bestuursrechter om het bestuursorgaan tijdens de procedure een gebrek te laten herstellen, zodat de zaak niet opnieuw de hele route hoeft te doorlopen.
- Betekenen
- Het officieel uitreiken van een stuk door een deurwaarder. Dagvaardingen en vonnissen worden betekend; verzoekschriften worden ingediend.
- Bewijslast
- De verplichting om de feiten te bewijzen waarop een beroep wordt gedaan. Wie zich op een rechtsgevolg beroept, draagt in beginsel de bewijslast.
- Bijzondere curator
- Een door de rechter benoemde vertegenwoordiger van het belang van een kind, in zaken over afstamming, gezag of een conflict met de ouders.
- Conservatoir beslag
- Beslag vooraf, met verlof van de voorzieningenrechter, om te voorkomen dat verhaal onmogelijk wordt voordat de zaak is beslist.
- Dwangsom
- Een geldbedrag dat verschuldigd wordt bij het niet nakomen van een veroordeling. In het bestuursrecht ook: de sanctie op te laat beslissen, en de last onder dwangsom bij handhaving.
- Exequatur
- Het verlof van de rechter dat nodig is om een arbitraal vonnis of een buitenlandse uitspraak te kunnen uitvoeren.
- Grief
- Een concreet bezwaar tegen een vonnis in hoger beroep. Wat niet met een grief wordt aangevallen, staat tussen partijen vast.
- Griffierecht
- De vergoeding die aan de rechtbank wordt betaald voor de behandeling van een zaak. De hoogte hangt af van het belang en van de hoedanigheid van de indiener.
- Ingebrekestelling
- Een schriftelijke aanmaning met een redelijke termijn om alsnog na te komen. Zonder ingebrekestelling ontstaat meestal geen verzuim en dus geen recht op rente of schadevergoeding.
- Liquidatietarief
- Het forfaitaire puntenstelsel waarmee de proceskostenveroordeling voor advocaatkosten wordt berekend. Het dekt de werkelijke kosten doorgaans niet.
- Niet-ontvankelijk
- Het oordeel dat een zaak niet inhoudelijk wordt behandeld, bijvoorbeeld wegens een termijnoverschrijding of het ontbreken van belang.
- Ontbinding
- Het beƫindigen van een overeenkomst wegens een tekortkoming. In het arbeidsrecht: de beƫindiging van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter.
- Pro forma
- Een bezwaar of verzoek dat binnen de termijn wordt ingediend zonder volledige gronden, met het verzoek om een termijn voor aanvulling.
- Proces-verbaal
- Het schriftelijke verslag van een zitting of van een handeling. Een proces-verbaal van een schikking heeft executoriale kracht.
- Rechter-commissaris
- In strafzaken de rechter die onderzoek stuurt en over voorlopige hechtenis beslist. In faillissementen de toezichthouder op de curator.
- Rechtsmiddel
- Het middel om een uitspraak aan te vechten: verzet, hoger beroep of cassatie, elk met een eigen termijn.
- Requisitoir
- Het betoog van de officier van justitie op de strafzitting, waarin de strafeis wordt geformuleerd.
- Schorsende werking
- Het gevolg dat een rechtsmiddel de uitvoering van een besluit of uitspraak tegenhoudt. In het bestuursrecht ontbreekt die werking meestal.
- Toevoeging
- Gesubsidieerde rechtsbijstand via de Raad voor Rechtsbijstand, met een eigen bijdrage die afhangt van inkomen en vermogen.
- Uitvoerbaar bij voorraad
- De verklaring dat een vonnis mag worden uitgevoerd ook als er hoger beroep loopt.
- Verstek
- De situatie waarin de gedaagde niet verschijnt. De vordering wordt dan in beginsel toegewezen; tegen een verstekvonnis staat verzet open.
- Verval- en verjaringstermijn
- Een vervaltermijn doet het recht zelf eindigen en kan niet worden gestuit. Een verjaringstermijn kan met een schriftelijke aanmaning worden gestuit.
- Voorlopige voorziening
- Een tijdelijke maatregel in afwachting van de einduitspraak. In het bestuursrecht gekoppeld aan een lopend bezwaar of beroep; in het civiele recht het kort geding.
- Zelf in de zaak voorzien
- De bevoegdheid van de bestuursrechter om na vernietiging van een besluit zelf de knoop door te hakken, in plaats van het bestuursorgaan opnieuw te laten beslissen.
- Zienswijze
- De reactie op een ontwerpbesluit in de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Wie geen zienswijze indient, kan later in beroep in beginsel niet meer opkomen.